Een vergeten stukje oorlogsgeschiedenis.

Wie van Hummelo naar Zelhem rijdt komt, vaak ongemerkt, langs een vergeten stukje oorlogsgeschiedenis. Aan de Zelhemseweg staat een monument voor het werkkamp “De Wittebrink”, genoemd naar het buurtschap waar het gevestigd is. Naast het fietspad staat een monument ter nagedachtenis aan dit werkkamp en haar arbeiders. Het monument stelt het werk voor dat de arbeiders moesten doen, de heide ontginnen en bomen rooien. Vandaar de man met de schop en een ander met een kruiwagen. Het kamp was aan de overkant van de weg, daar waar nu een woning staat.

Het werkkamp en haar bewoners.

Het werkkamp “De Wittebrink” was in de jaren ’30 van de vorige eeuw, tijdens de grote crisis, een werkkamp ten behoeve van de werkverschaffing. Mensen zonder werk werden hier tewerk gesteld voor de Heidemij om in Hummelo bos en heide te ontginnen. Het bos werd gekapt, de heide werd ontgint om op deze manier de grond als landbouwgrond te kunnen gebruiken. Het werkkamp werd door circa 140 arbeiders bevolkt die voor het grootst deel uit het westen van het land kwamen.

De Rijksgebouwendienst zorgde voor de bouw van de benodigde barakken, terwijl Landgoed Enghuizen de grond beschikbaar stelde. Van al deze barakken is niets meer over, op een barak na, het barak van de beheerder. Dit is nu in gebruik als particuliere woning. Op het terrein van het werkkamp stonden vier of vijf barakken voor de huisvesting van de arbeiders.

De oorlogsjaren.

Gedurende de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog waren er ook Joodse arbeiders uit bijvoorbeeld Den Haag die hier tewerk werden gesteld. Onder deze Joodse arbeiders waren ook een aantal Joodse NSB’ers (!) Ook hebben er mogelijk jonge gedetineerden uit Penentiaire Inrichting “de Kruisberg” verbleven in dit werkkamp, waarvan enkelen zijn gefusilleerd door de bezetters. Het kamp had schamele voorzieningen, zo waren er voor de circa 140 arbeiders twee woonbarakken. Ook was er een opslagloods voor groente en kolen, een soort kantine, een opslagruimte voor dekens en matrassen die uit strozakken bestonden en een pomphuis. Er was een primitief toilet voor de arbeiders, niet meer dan een aantal emmers onder een afdak. Medische zorg werd verleend door de Hummelose huisarts dokter Westerbeek van Eerten.

De Joodse arbeiders waren relatief veilig in het kamp tot de nacht van 2 op 3 oktober 1942. In deze nacht besloot de Duitse bezetter om de kampen op te heffen. Op de Joodse feestdag Jom Kipoer werden de arbeiders gedeporteerd naar kamp Westerbork. Het verhaal gaat dat de Joodse arbeiders te voet naar Laag-Keppel moesten lopen en vandaaruit verder op vervoer werden gesteld naar Westerbork . Van hieruit werden zij verder getransporteerd, vaak de dood tegemoet.

Na de bevrijding….

Na het einde van de oorlog werd het kamp door de geallieerden gebruikt als doorgangskamp voor Duitse krijgsgevangenen en onder andere ook NSB’ers en SS’ers. Na de bevrijding heeft een bedrijf hier haar fabriek gehad, er werden eier-sorteermachines geproduceerd. Dit bedrijf is na een aantal jaren vertrokken. Nu is het een particuliere woning, maar wel een woning met een (beladen) geschiedenis.

Het monument aan de Zelhemseweg in Hummelo voor dit vergeten stukje oorlogsgeschiedenis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *