google34d9b57f0d196d55.html

Het Erfgoedcentrum.

Sinds een paar weken werk ik als vrijwilliger bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (het ECAL) in het Brewinc in Doetinchem. Na een tijd voor de Centrale Cliëntenraad van GGNet te hebben gewerkt werd het tijd voor iets anders.

Ik was al een bezoeker van het ECAL, om zaken uit  mijn eigen omgeving op te zoeken, personen, plekken en de geschiedenis daarvan. Gewoon eens gevraagd of het ECAL vrijwilligers kon gebruiken. Binnen een week had ik een afspraak met de directeur. En weer een paar dagen later zat ik op “mijn” plek in de studiezaal.

De studiezaal is de plek waar de bezoekers komen, zij hebben allemaal een verschillende reden om in het ECAL te komen. De grootste groep komt voor een zoektocht in het archief. Zoeken naar voorouders, de bouwtekening van de (pas gekochte) woning, maar ook voor informatie over hun directe woon- en leefomgeving. Ook komen mensen binnen om boeken te kopen. Het ECAL heeft een redelijk grote collectie aan boeken over de streek, sommigen in het Nederlands, maar ook veel  boeken in het Achterhoeks dialect. Regelmatig zijn er dagen waarop het ECAL een boekenmarkt organiseert, gelijk met een opruiming van oude boeken.

De studiezaal is een grote ruimte, eigenlijk de oude sportzaal op de eerste verdieping van de vroegere technische school, waar tafels staan voorzien van computers waaraan de bezoeker kan werken en lezen in de oude archiefstukken. Schrijven, aantekeningen maken doet men met een ouderwets potlood of iets moderner: op de tablet of de laptop. Soms maken bezoekers foto’s van de documenten.

Mijn plek in de studiezaal is tegenover de Walmolen. Als ik omhoog kijk kan ik de wieken soms zien draaien. Helaas zijn de ramen op een grote hoogte geplaatst, gewoon naar buiten kijken en een beetje dagdromen is dan ook niet mogelijk (maar goed ook!)

Natuurlijk zit ik niet alleen in de studiezaal, er is ook personeel  aanwezig om vragen te beantwoorden, hulp te bieden, de telefoon te beantwoorden, archiefstukken halen en weer opbergen, kortom zij zijn best druk.

Iedere ochtend rond tien uur is het pauze, koffiepauze. Wij gaan naar de kantine die aan de andere kant van de eerste verdieping ligt. Het is voor mij nog wennen tussen al die vrijwilligers. Het ECAL heeft ongeveer vijftig vrijwilligers, en de namen ken ik nog lang niet uit mijn hoofd…. Behalve het ECAL maakt ook de Openbare Bibliotheek gebruik van deze kantine, gezellig die door elkaar heenlopen en zitten te praten.Mijn directe contactpersoon voor het werk is Willem, hij legt uit (en legt nogmaals uit…) en is altijd bereid om al mijn vragen te beantwoorden.

Als ik begin met het werk, zo rond kwart voor negen, staat de kar met archiefstukken al op mij te wachten. Voorlopig is mijn taak om de stukken te ontdoen van alle metalen dingen. Metaal is funest voor een archiefstuk. Het gaat op den duur roesten en vreet het papier aan. Aan de slag dus met een “ontnieter” en alles verwijderen van metaal. Best wel werk waarbij ik voorzichtig moet zijn. Oppassen om geen stukken kapot te maken bij het verwijderen van de nietjes of paperclips. De andere vrijwilligers zitten nog een verdieping hoger te werken. Omdat ik niet zo goed kan traplopen met krukken mag ik in de studiezaal werken. Het is vaak een gezellig geroezemoes, mensen die praten, flarden van telefoongesprekken, er is altijd “leven” in de studiezaal. Mijn betaalde collega’s zijn ambtenaren. Natuurlijk kunnen dat handjevol betaalde krachten al het werk niet alleen doen , dus zijn de vrijwilligers een onbetaalbaar onderdeel van het ECAL. Zij vertegenwoordigen het grootse kapitaal van de organisatie.

studiezaal ECAL Doetinchem.
De studiezaal.

 

Comments are closed.